Ervaringen

"Ik kwam bij Heelzorg binnen na een traumatische ervaring waarbij ik mezelf was kwijtgeraakt. Wanneer ik hier nu naar terugkijk blijkt dat ik mezelf al lang daarvoor (vanaf mijn jeugd) was kwijtgeraakt. Ik had mezelf in een harnas gehesen en in de overleefstand geparkeerd. De continue alertheid eiste zijn tol. Ik had paniekaanvallen, was somber en angstig en kon niet meer ontspannen. Ik was uitgeput en moe van dit gevecht. Terugkijkend naar het moment van binnenkomst was ik een overspannen afdruk van wie ik dacht dat ik was. 
Ik ben mezelf tegengekomen tijdens de therapie. Keer op keer. Pijnlijk, confronterend en denkend dat ik er ‘nooit’ zou komen. Telkens wanneer ik dacht dat het beter ging, ontstond er een nieuwe laag waar ik doorheen moest en wilde. De enorme knoop op mijn borst bleef zolang aanwezig dat ik er moedeloos van werd. Vol vertrouwen werd ik ontvangen en bevestigd waar ik dat nodig had. Wanneer ik ongeduldig was, werd mij uitgelegd hoe het proces verliep en dat dit goed ging. Ik merkte dat mij dit vertrouwen gaf, ook al was ik er niet blij mee. Mij werd uitgelegd dat het proces in cirkels verliep. Telkens een laag dieper. Door de aandacht, de rust en het steeds meer toelaten van wat er is, kwam ik verder dan ik ooit gekomen ben. Alles mocht er zijn. Ik voelde me schuldig. Ik voelde me slecht. Ik deugde niet. Steeds meer merkte ik dat mijn vertrouwen beschadigd was, waardoor ik een masker, of zal ik zeggen een harnas, ben gaan dragen. Mijn verwachtingen, mijn overtuigingen, de druk die ik mezelf en anderen hiermee op heb gelegd werden helder.Wat een bevrijding om te ervaren hoe ik de touwtjes weer in handen heb gekregen. Wat een bevrijding te merken dat ik verantwoordelijk ben voor mezelf en ik dit aankan. Wat een bevrijding te merken dat ik anderen hulp mag en kan vragen en er niet alleen voor sta. Wat een bevrijding om vertrouwen te hebben in mezelf en in anderen. Het woord vertrouwen krijgt een hele nieuwe dimensie. Nu weet ik dat ik oké ben zoals ik ben, met alles wat daarbij hoort en ben ik bereid mezelf meer te laten zien. Ik voelde mezelf een ‘loner’. Nu kijk ik uit naar samenwerkingen en contact met andere mensen. Ik ben dankbaar dat ik zoveel over mezelf en de processen die hierbij een rol speelden mocht leren en dat jullie hierbij naast me stonden. Nu kan ik mijn gevoeligheden beter hanteren en inzetten.  En ik blijf aandacht houden voor mezelf waarbij ik stilsta bij wat er is, wetend dat dit geen vanzelfsprekendheid voor mij is of zal worden. Mijn levensgeschiedenis kan ik nu met andere ogen bekijken. Dank jullie wel!"


"Wat een verademing was het om bij Heelzorg in behandeling te zijn. Wat een andere benadering dat dat ik al die jaren daarvoor gewend was in GGZ land. Ik kwam in een warm bad terecht in een sfeer van écht gezien en gehoord worden. De veiligheid die geboden werd gaf mij langzaam aan, stapje voor stapje de kans om tevoorschijn te komen met al mijn facetten, alles mocht er zijn. Hoe fijn was het dat ik telkens benaderd werd vanuit mijn mogelijkheden, mijn kwaliteiten in plaats van vanuit de diagnoses. Steeds uitgenodigd worden op een liefdevolle manier in mijn spiegel te kijken, mij volgend in mijn proces. En als ik het even niet meer wist, mijn weg kwijt was, dan waren ze daar voor mij en gaven mij door hun bedding het vertrouwen weer terug in mijn eigen kunnen. De grote kwaliteit van het team is de perfecte samenwerking die ze onderling hebben, waardoor ik oprecht het gevoel had: ze weten waar ze het over hebben! Hun professie en hun deskundigheid was een verademing voor mij, ik heb mij eindelijk begrepen gevoeld. Wat zeker ook heel belangrijk was is hun warme en menselijke uitstraling en hun echte oprechte interesse. De behandeling bij Heelzorg heeft er toe geleid dat ik na ruim 35 jaar ontoereikende behandeling in de GGZ, afscheid kan nemen van de hulpverlening en mijn leven weer met vertrouwen tegemoet ga!"


Hieronder heeft een cliënte met een dissociatieve identiteitsstoornis beschreven hoe zij haar problematiek en de behandeling heeft ervaren. Zij beschrijft daarbij haar ervaringen vanaf het moment dat ze de behandeling is gestart, ongeveer 8 jaar geleden, tot het punt van afsluiten. 
We willen toch nog een test doen, want we vermoeden dat er meer aan de hand is.”
“Ja, dahaag! Jullie denken zeker dat ik een Lotje in me heb. Van 'van Lotje getikt'…”
Maar ik wist best wel dat het nodig was. Eigenlijk wilde ik het ook graag weten. Want pas als je weet wat het probleem is, weet je hoe je het op kunt lossen. Ik had een defect. En moest gerepareerd.
Ze heetten geen van allen Lotje. En getikt wilde niemand het noemen. Maar ik had wel DIS. En dus nogal wat delen in me, waar ik niet van op de hoogte was. Even dacht ik dat dit het einde was. Dat was het niet. Het was het begin. Het begin van een eindeloos lijkend gevecht. Tegen mezelf. Mijn overtuigingen. M’n angsten. M'n delen. M'n gewoontes en vanzelfsprekendheden. Maar ook het begin van luisteren naar mezelf. Serieus nemen wat zich daar van binnen afspeelde. Erkennen dat daar dingen waren waar ik geen idee van had. En de interesse voor mezelf opbrengen om al die stukken te onderzoeken. En uiteindelijk bij me te nemen.
Dat ging niet zo snel als ik het nu schrijf. Ik was veel te wiebelig en kapot om überhaupt die zoektocht aan te kunnen. Ik moest eerst leren stoppen met dissociëren. Of op z’n minst te signaleren wanneer ik dat deed. Zodat ik (nog aan te leren) maatregelen kon nemen. Dat moest, om op te kunnen nemen wat er tegen me gezegd werd. Om veilig over straat te kunnen. Om te kunnen leren, en om contact te kunnen hebben.Ik leefde eigenlijk continu naast mijn lijf. Zo'n beetje schuin boven m’n hoofd. Of, als het goed ging, in mijn hoofd. Als er dan iets gebeurde waar ik niet mee kon omgaan, en dat was inmiddels een hele waslijst, ging ik gewoon op ‘stand by’. Of 'uit'. Of er kwam een deel naar voren. Dus om verder te komen moest ik toch echt weer in mijn lijf gaan zitten. Want zonder lijf kun je immers niet voelen. En zonder gevoel krijg je geen signalen. Dat maakte ook dat ik zelfs in het nu, steeds weer in moeilijke situaties terecht kwam. Ik moest dus echt contact gaan maken met mijn lijf. Dat was niet mals. Dat lijf was gebruikt als wegwerpartikel. Daar kón ik helemaal niet zijn. Dat was direct een grote trigger om nog verder te dissociëren. En voelen??? Dat vond ik 'zum kotsen'! Voelen, bracht alleen maar ellende. Voelen deed pijn. Ik dacht dat ik zou verzuipen. Dat het m’n dood zou worden. Voelen. O ja, en ik dacht, als ik er niet aan dood ga, dan word ik er zo’n zweverig, akelig mens van. Van voelen. Maar ik mocht binnen de behandeling eerst ‘mijn teen in het water houden’. Ik mocht stapje voor stapje. Ik mocht proberen en huiverend terugdeinzen.
Van voorzichtig m’n zintuigen opnieuw ontdekken. Tot bodyscan ’s. (Die nog lang te hoog gegrepen bleken.) Ik moest leren stil te staan. Bijvoorbeeld om dingen tot me door te laten dringen. Ik durfde helemaal niet stil te staan. Want als je stil staat, val je om. Als ik ga huilen, dan houd ik nooit meer op. En als ik boos word, dan kon het wel eens slecht aflopen.Maar je zintuigen kunnen en durven gebruiken is veiliger dan alles buiten je houden. Je kunt maar beter voelen dat je met je hand in een kaars zit. Dan kun je hem terugtrekken. Stilstaan bij wat er gebeurt, maakt niet dat je omvalt. Het maakt dat je je voeten stevig op de grond kunt zetten. Emoties voelen maakt niks stuk. Het heelt juist. En het helpt je om je weg te vinden. Dat hielden ze me voor. Ik durfde het te geloven. Of nee, ik durfde het, stapje voor stapje, te proberen. Omdat ik ook ‘les kreeg’ in hoe je dan voor jezelf zorgt. Met je emoties. Wat ze kunnen betekenen en wat je daar dan überhaupt mee aan moet dan. Ik kwam er achter dat het waar was. Wat ze zeiden.Daarnaast, eerlijk is eerlijk, wat ik deed en wat ik had, dat wilde ik niet meer. Ik had geen idee hoe ik hieruit moest komen. Zij hadden wél ideeën. Dan zou ik toch gek zijn als ik die niet probeerde?Met elk stapje kreeg ik meer informatie. Over mezelf. Over alles wat ik zo diep weg verstopt had. Over wat men zoal vond, dacht en voelde daar vanbinnen. Over waarom dingen gebeurde zonder mijn medeweten. Waarom ik reageerde zoals ik deed. En alles mocht er zijn bij. Ik mocht er zijn. Niet alleen de ik die zo lekker gezellig doet. Of die zo lekker behulpzaam is. Nee, m’n hele ik. Met alle facetten. Mijn geschiedenis, inclusief de schaamte. De gevolgen die dat heeft gehad. En ook wat er niet is aangetast door dat vroeger. Allemaal. Zonder dat het grenzeloos was. Dat maakte dat het veilig genoeg was om alles te bekijken en tot me te nemen.
Bij mij zijn een aantal delen langzaam “als vanzelf” weer in mij opgegaan. Het was genoeg. Hun taak zat erop. Ze zijn niet weg. Ze zijn onderdeel van mij geworden. Als suikerklontjes in een kop thee. Sommigen zijn in de EMDR bewust geïntegreerd. En weer anderen hebben zich eerst bij een ander deel gevoegd en zijn van daaruit weer bij mij gaan horen. En er is er 1, die heeft nog steeds een speciaal plekje. Ik denk dat dat laatste losse stukje op een dag ook in mij op lost. Of niet. Misschien maak ik er nog een keer werk van. Maar voorlopig is het goed zo. 
Het was een lange weg. Het is oneerlijk dat ik ‘m moest gaan. Het was zwaar en dat is het soms nog steeds. Alles wat vroeger gebeurd is, gum je nooit meer uit. Al had ik dat stiekem wel gehoopt…
Toch is het de moeite waarde geweest. Ik heb regie over mijn leven. Ik dacht dat ik dat had, toen ik bovenop die beerput zat, door alle emoties en gebeurtenissen onder die deksel te houden. Maar ik was meer een soort wachter. Terwijl ondertussen m’n delen met me aan de haal gingen. Ik heb mijn kern weer gevonden. En ik heb mijn menselijkheid terug gekregen."